Afgestofte rapporten 6 – 'We gooien het de inspraak in'

Auteur Thomas de Jager Datum 03-10-2019

'We gooien het de inspraak in' (2009) is een onderzoek van de Nationale Ombudsman naar de uitgangspunten voor behoorlijke burgerparticipatie. Het rapport ontleent zijn titel aan een uitspraak van één van de ambtenaren die de onderzoekers spraken. Wie zich regelmatig in gemeenteland begeeft weet dat daar heel wat ‘in de inspraak gegooid’ wordt. Dat ‘gooien’ gebeurt soms met enthousiasme en vanuit een intrinsieke motivatie om inwoners en ondernemers bij een beleidsvoorstel te betrekken. Helaas gaat dat ‘gooien’ ook nog weleens gepaard met enig cynisme. Hierbij wordt de inspraakronde eerder als een rituele dans dan een verrijking van het beleidsproces gezien. Dit maakt de vraag hoe we inwoners tijdig en goed bij beleid en besluitvorming betrekken 10 jaar later onverminderd relevant.    

De Nationale ombudsman benaderd het vraagstuk van participatie en inspraak vanuit de blik van de burgers, bedrijven en instellingen. Hoe kijken zij tegen de overheid en de politiek aan? De knelpunten die de onderzoekers schetste waren weinig hoopgevend:

  • De politiek heeft al besloten terwijl bij de burgers de suggestie is gewekt dat zij nog kunnen participeren in de besluitvorming.
  • Hoewel de gemeente burgerparticipatie organiseert, wordt de inbreng van burgers vervolgens genegeerd.
  • De gemeente verstrekt geen informatie, burgers worden daardoor onverwacht met de uitvoering van het besluit geconfronteerd.
  • Door het gebrek aan informatie stroken de verwachtingen van de burgers niet met de realiteit, burgers weten vaak niet waar zij precies bij betrokken worden en dat zorgt voor teleurstelling en frustratie achteraf.

De roep om inspraak en participatie

In de jaren zestig kwam de inspraak op en sindsdien is de roep van inwoners om hun stem op andere manieren dan via het rode stempotlood te laten horen alleen maar groter geworden. Bestuurders en ambtenaren kunnen daar niet om heen. Los daarvan schetst het rapport een aantal redenen om participatie serieus te nemen. Met de inbreng van burgers kan je als overheid gebruik maken van de kennis en creativiteit van een grote groep mensen. Hiermee wordt je beleid kwalitatief beter. Daarnaast speelt aanvaarding van beleid een steeds belangrijkere rol in een tijd waarin autoriteit meer en meer wordt afgewezen. Ook daarvan zien we anno 2019 legio voorbeelden. Daarnaast stelde de ombudsman dat de burger die zo veel mogelijk betrokken is bij de publieke zaak een sleutelrol vormt in de democratische rechtsstaat. Goede inspraak en participatie zijn daarbij essentieel.

Behoorlijke burgerparticipatie

Betere, of zoals de ombudsman het noemde, ‘behoorlijke’ burgerparticipatie wordt niet alleen bereikt met wetgeving en protocollen. Hiervoor zijn een aantal kritische succesfactoren die vooral samenhangen met de houding van bestuurders en ambtenaren. Voor gemeenten is het moeilijk te bepalen wat het juiste moment is om burgers te betrekken. Dit moet niet te vroeg zijn maar ook niet te laat. Daarbij is het ook van groot belang dat alle burgers betrokken worden, niet alleen de nadrukkelijke voor- of tegenstanders maar ook de zwijgende meerderheid.

Uit dit onderzoek blijkt dat behoorlijke burgerparticipatie drie kernelementen heeft. Ten eerste moeten gemeenten vooraf heldere keuzes maken over de invulling van het participatieproces. Ten tweede dienen bestuurders en ambtenaren daadwerkelijk geïnteresseerd te zijn in de inbreng van burgers en overtuigd te zijn van de toegevoegde waarde van burgerparticipatie. Ten derde moet de gemeente ervoor zorgen dat de burgers volledig geïnformeerd zijn en blijven gedurende het participatieproces.

Tien spelregels  

Om gemeenten op weg te helpen schetst de Nationale ombudsman in het onderzoek 10 spelregels voor hoe om te gaan met burgerparticipatie.

Heldere keuzen vooraf

  1. De gemeente motiveert of en zo ja hoe ze burgers betrekt bij beleids- en besluitvorming. Belangrijke vragen daarbij zijn: heeft het beleid invloed op de leefomgeving en is er ruimte voor participatie? 
  2. De gemeente maakt participatie een vast onderdeel van het politieke en bestuurlijke besluitvormingstraject.
  3. De gemeente gaat zeer terughoudend om met de mogelijkheid participatie te beperken vanwege het algemeen belang. Kiest de gemeente er toch voor burgerparticipatie te beperken dan moet ze deze keuze motiveren.
  4. De gemeente bepaalt, voordat het participatietraject van start gaat, welke rol de burger krijgt: meebeslissen, coproduceren, adviseren, raadplegen of informeren?
  5. De gemeente maakt expliciet welk onderwerp ter discussie staat, wie betrokken worden, hoe het participatieproces is inricht en hoe ze burgers het best kunnen bereiken. 

Constructieve houding

  1. De gemeente laat merken oprecht geïnteresseerd te zijn in de inbreng van inwoners. 
  2. De gemeente weegt de inbreng van burgers mee in de uiteindelijke beslissing en maakt dat zichtbaar.
  3. De gemeente levert extra inspanning om alle belanghebbenden actief te betrekken, dus ook degenen die zich niet in eerste instantie zelf aanmelden.

Informatieverstrekking

  1. De gemeente informeert de burger tijdig en volledig over het onderwerp van participatie, hun rol en de manier waarop het participatieproces vorm krijgt.
  2. De gemeente informeert burgers gedurende het participatietraject regelmatig over wat er gebeurt met hun inbreng. De gemeente motiveert haar besluit waarbij ze aandacht besteedt aan de door burgers naar voren gebrachte (tegen)argumenten.