Afgestofte rapporten 5 – Raadswerk is Maatwerk

Auteur Koen van der KriekenDatum 19-09-2019

Hoe kun je als raad(slid) meer kleur geven aan de lokale democratie?

Nederland kent al ruim anderhalve eeuw een vertegenwoordigende democratie. Deze representatieve democratie staat onder druk dankzij dalende opkomstcijfers bij verkiezingen, afnemende ledenaantallen van politieke partijen en een tanend vertrouwen in politici. Gelet op deze ontwikkelingen is het niet verwonderlijk dat er in de afgelopen twintig jaar steeds vaker een direct beroep wordt gedaan op de burger. Vooral op gemeentelijk niveau is deze omslag zichtbaar. Raadsleden maken in de praktijk steeds vaker gebruik van andere democratievormen, zoals burgerparticipatie, overheidsparticipatie, lokale referenda, loting en participatief begroten. In het onderzoeksrapport ‘Raadswerk is Maatwerk’ onderzoeken Laurens de Graaf, Linze Schaap en Michael Theuns de vraag op welke manieren gemeenteraden adequaat kunnen omgaan met hun verschuivende rol in het kader van hedendaagse vormen van burgerparticipatie.

Vijf aspecten van democratie

De onderzoekers onderscheiden op basis van een literatuurstudie vijf aspecten van de lokale democratie. Deze aspecten komen tot uiting in het onderstaande analysekader (Tabel 1).

Tabel 1

Dit analysekader is toegepast op vijf casus uit de gemeentelijk praktijk. Deze zijn geselecteerd om de lezer kennis te laten met vijf voorbeelden van verschillende democratievormen, die allemaal weer op eigen, afzonderlijke principes berusten. De volgende vijf casus en democratievormen zijn onderzocht:

  1. Eindhoven. Deze stad kent een lange traditie van burgerparticipatie.
  2. Groningen. In deze stad zijn in korte tijd twee lokale referenda georganiseerd.
  3. Tilburg. Deze gemeente experimenteert al enige tijd met overheidsparticipatie. Het gaat hierbij om initiatieven die niet door de overheid worden geïnitieerd, maar die vanuit de samenleving (op)komen.
  4. Amersfoort. In deze gemeente is een G1000 georganiseerd. Deze vorm van loting is een democratievariant waarmee sinds 2014 mee geëxperimenteerd wordt in Nederland.
  5. Dordrecht. Deze middelgrote stad werkt al geruime tijd met buurtbudgetten.

De onderzochte casus zijn niet representatief voor alle Nederlandse gemeenten. Iedere gemeente kent een andere (democratische) context. Het raadswerk is immers maatwerk. De casus zijn wel representatief voor een breed spectrum aan democratiemodellen die in de Nederlandse lokale democratiepraktijk worden gehanteerd.

Inkleuring van de lokale democratie door de raad

Op basis van de analyse concluderen de onderzoekers dat elk van de vijf onderzochte democratievormen eigen sterkere en zwakkere kanten kent. Voor raadsleden is het zaak hiervan bewust te blijven en waar mogelijk daar gebruik van te maken of ten minste op in te (durven) spelen. De Tilburgse onderzoekers ontwikkelen een soort thermometer – zie Tabel 2 – aan de hand waarvan ieder raadslid kan vaststellen hoe het is gesteld met de eigen lokale democratie: hoe scoort de eigen lokale democratie op de vijf aspecten van democratie? Deze thermometer is tevens een soort roadmap: welke vormen van democratie kunnen of moeten worden ‘bijgemengd’ om op één of meerdere aspecten van democratie beter te scoren? Daarmee is de thermometer/roadmap een tool om de lokale democratie te versterken en vernieuwen.

Tabel 2

Uit Tabel 2 is onder meer af te leiden dat:

  1. Als de lokale democratie moeite heeft met inclusievraagstukken, het aan te raden is om te overwegen om een lokaal referendum te organiseren. Tevens kan worden overwogen om meer aandacht te hebben voor maatschappelijke en burgerinitiatieven. De impact hiervan op inclusie is minder dan een lokaal referendum. Hetzelfde geldt voor loting. Loting kan ertoe bijdragen dat meer mensen toegang hebben tot de lokale democratie. Vormen van burgerparticipatie en participatief begroten hebben vaak als nadeel dat een selectieve groep inwoners meedoet.
  2. Als de raad constateert dat burgers te weinig of ontbrekende vaardigheden en deugden hebben, het aan te raden is vooral in te zetten burgerparticipatie. Ook andere democratievormen laten op basis van de analyse en de literatuur zien een bijdrage aan dit aspect te kunnen leveren.
  3. Als de raad ervaart dat het lastig is om burgers daadwerkelijk invloed te geven, het aan te bevelen is om het instrument van het lokaal referendum te verkennen. De andere vier democratievormen dragen in mindere mate bij aan het vergroten van invloed.  
  4. Als de raad ervaart dat er geen, te weinig of sprake is van slecht georganiseerde vormen van deliberatie, hij het beste zou kunnen overwegen te werken met loting, zoals gehanteerd bij een G1000 burgerforum.
  5. Als de raad constateert dat er in de lokale democratie legitimiteitsproblemen zijn, er minstens drie democratievormen zijn die iets aan dit probleem kunnen doen: het lokale referendum, loting en overheidsparticipatie.

Aanbevelingen

De auteurs adviseren raadsleden om onderling en met de lokale gemeenschap in gesprek te gaan over de kwaliteit van de democratie aan de hand van de vijf genoemde aspecten ervan. Hierdoor kan er een discussie op gang komen over de vraag of de eigen lokale democratie verbetering behoeft, en zo ja, op welke onderdelen. De vraag welke democratievorm daarbij hoort is een afgeleide vraag. Voorts wijzen de onderzoekers er op dat het voor raadsleden van belang is kennis te hebben van de sterkere en zwakkere kanten van elke democratievorm in relatie tot de democratische aspecten. Met deze kennis kunnen zij beter afwegen welke democratievorm (als instrument) kan worden ingezet om de lokale democratie te versterken. Daarbij kan het helpen als de raad bereid is een soort nulmeting te houden hoe het gesteld is met de eigen lokale democratie. Naar aanleiding van deze meting kan in breder verband worden gesproken over het ‘bijmengen’ met andere democratievormen.