Meer natuur voor hetzelfde geld in Friesland dankzij het uitdaagrecht

Datum 27-05-2020

Meer natuur voor hetzelfde geld. Negen organisaties in Friesland denken dit samen beter te kunnen dan de provincie in haar eentje. Via het uitdaagrecht, of Right to Challenge, maken ze gebruik van de mogelijkheid om zelf aan de slag te gaan. De provincie is inmiddels ook aangesloten. Johan Grijpstra, programmananager Natuer mei de Mienskip van de provincie Fyslân begeleidt het proces. “Het is met recht een uitdaging, natuur ontwikkelen we nu samen. En als het lukt, ook met de mienskip, de samenleving.”

Toen in 2018 duidelijk werd dat de provincie Fryslân zou bezuinigen op natuurontwikkeling, sloegen negen organisaties de handen ineen. Dat kon beter, dachten de FMF, It Fryske Gea, LTO Noord, Staatsbosbeheer, Het Friesch Grondbezit, Natuurmonumenten, Kollektivenberied Fryslân, De FBBF en Wetterskip Fryslân. In plaats van bezuinigen, zou er juist méér natuur gerealiseerd kunnen worden, daarvan waren ze overtuigd. Ze maakten gebruik van hun Right to Challenge, oftewel het recht om taken van de overheid over te nemen, als je zelf denkt het slimmer, beter, goedkoper of met meer maatschappelijk draagvlak te kunnen doen. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken wil het uitdaagrecht opnemen in de Gemeente-, Provincie- en Waterschapswet.

Niet vanzelfsprekend
‘Natuer mei de Mienskip’ was geboren. Inzet: een rijkere biodiversiteit in Friesland in 2027, met hetzelfde budget en een grotere betrokkenheid van de mienskip: de gemeenschap of samenleving. Johan Grijpstra is sinds oktober vorig jaar betrokken als programmananager. Dat de provincie aan zou sluiten bij het maatschappelijke initiatief was niet vanzelfsprekend, zegt hij. “Want hoe doe je dat dan? Kun je juridisch gezien verantwoordelijkheden overdragen als overheid? Hoe zit het inkooptechnisch? Kun je dat ‘weggeven’ aan de markt? Hoe zit het met de afspraken met het Rijk rondom het natuurpark? En wat doe je financieel? Wie draagt de risico’s? Belangrijke vragen”, aldus Grijpstra. “Daarnaast zit er een emotionele component aan vast. Je wordt een beetje aangevallen als overheid op het werk dat van oudsher jouw taak is.”

Na anderhalf jaar afwegen en nadenken, stemden Provinciale Staten in juli 2019 uiteindelijk in met de plannen. Het was inmiddels duidelijk dat het de negen partijen alleen niet zou lukken, omdat de rol van de provincie in de natuurontwikkeling te belangrijk was. De provincie sloot dus aan. “De provincie heeft echt een omslag gemaakt”, zegt Grijpstra. “Ze zien de meerwaarde er nu echt van in. Het heeft een tijd geduurd voordat we op één lijn zaten, maar het onderscheid tussen de provincie en de andere partijen is nu grotendeels weggevallen; we zijn nu met tien partijen die samen zeggen: we gaan ervoor.” In de stuurgroep waarin de partijen samenwerken zit veel energie, volgens Grijpstra. “Mensen voelen zich enorm betrokken.”

Goede afspraken
Grijpstra’s taak was de organisatie onder de stuurgroep in te richten. “We hebben echt even de tijd genomen om goede afspraken te maken. Dat is een leerpunt: op het moment dat je met allerlei partijen wilt samenwerken, betekent dat niet dat je meteen aan de slag kunt”, zegt hij. “Het is echt nodig dat je het met elkaar over het proces hebt: wat zijn de verwachtingen naar elkaar? Hoe werken we in de stuurgroep? Hoe besluiten we, via consensus of bij meerderheid?  Wij hebben gezegd: we staan er samen voor, dan kun je niet hebben dat iemand onoverkomelijke bezwaren heeft. Dus wij hebben gekozen voor consensus.”

Gebiedspilot
En dan nu eindelijk aan de slag? Alles staat in de steigers, maar de coronamaatregelen hebben voor vertraging gezorgd, verzucht Grijpstra. “Samenwerken met de mienskip vraagt wel dat je echt in contact bent met de mensen in het gebied”, zegt hij. Een van de belangrijkste onderdelen van de plannen is de gebiedspilot Burgumer Mar en de Leien. “Een verkenner moet een eerste plan maken met de mensen in het gebied. Dat is er door corona nog niet van gekomen, maar we zijn ons nu aan het hergroeperen en zullen na de zomer op een andere manier het gebied ingaan.”
De pilot duurt tot halverwege 2021. “Voor natuurontwikkeling is dat natuurlijk vrij kort, normaalgesproken duren gebiedsprocessen makkelijk tien jaar, maar door de pilot denken wij wel zichtbaar te kunnen maken dat onze ideeën werken. We kunnen laten zien dat we andere partijen zoals boeren en recreatie-ondernemers goed kunnen betrekken bij de plannen. Daarnaast proberen we gezamenlijk extra middelen te werven, bijvoorbeeld via een Europees Lifeproject.” Gezamenlijk fondsen werven levert veel voordelen op, aldus Grijpstra. “Je kunt vanuit een integrale blik een aanvraag doen; zowel landbouw, natuur en water zijn vertegenwoordigd in ons collectief. Doordat we al bij elkaar zitten kunnen we het makkelijker en sneller doen. Door de krachtenbundeling komen er ook meer fondsen in beeld, sommige daarvan zijn makkelijker door een overheid te benaderen, en andere juist door andere organisaties. Zo versterken we elkaar.”

Naast de gebiedspilot is een leeratelier ingericht, bedoeld om gedurende het traject te toetsen hoe het gaat, en om te kunnen bijsturen. “Over twee jaar willen we daarmee een goed advies aan PS kunnen geven wat wel en niet goed werkt in deze werkwijze.” Om dat onafhankelijk te onderzoeken is het netwerk Right to Challenge ingehuurd, met dank aan een subsidie vanuit het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie. Het netwerk heeft inmiddels een nulmeting uitgevoerd, die rond juni/juli aan PS wordt aangeboden en daarna verder wordt verspreid.

Advies
Wat voor tips en adviezen kan Grijpstra geven aan andere gemeenten of provincies die worden uitgedaagd door hun inwoners? “Ga vast nadenken voordat je wordt uitgedaagd, anders word je overvallen en komt er in één keer heel veel op je af.” Denk ook goed na over hóe je wilt samenwerken, zegt hij. “Welke afspraken maak je onderling? Hoe verdeel je het budget, hoeveel inzet levert iedereen?”

In de challenge van de provincie Fryslân wordt het nog spannend wanneer de provincie over twee jaar een advies moet uitbrengen over een proces waar ze zelf onderdeel van is. Grijpstra: “Hoe is de rol van de provincie straks in die advisering? Dat hebben we nog niet scherp. Daar gaat de provincie de komende tijd over nadenken. Veel challenges monden uiteindelijk toch uit in een samenwerking met de overheid; met recht een uitdaging om daar een goede weg in te vinden.”

Meer informatie