"Investeer in de gemeenschapsdemocratie"

Interview Joop Hofman
Auteur Joop HofmanAfzender Lokale-democratie.nlDatum 05-03-2018

Joop Hofman is directeur van participatiehuis de Rode Wouw en expert op het gebied van de burgerbegroting. Dit instrument geeft de inwoner meer zeggenschap over de gemeentelijke financiën. Samen met lokale-democratie.nl bespreekt hij de burgerbegroting, de staat van de participatieve democratie en de uitdagingen na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart.

Je schrijft in je stukken regelmatig over Deventer. Wat maakt Deventer zo speciaal?
Ik woon er natuurlijk. En op het gebied van invloed van inwoners is Deventer wel een bijzondere stad. In de jaren ’70 was Deventer een van de eerste vijf steden waar bewoners,met toestemming van de minister, zelf aan de slag ging met stadsvernieuwing. Daar is nog een mooi NOSjournaal filmpje van. Deventer was in 1989 de eerste met de wijkaanpak. Op een of andere manier zit Deventer altijd in de voorhoede. Hier hebben het bestuur en de inwoner altijd al dicht bij elkaar gestaan, eigenlijk is Deventer ook gewoon een stadsdorp waar de lijntjes kort zijn.

De burgerbegroting, wat is dat precies?
Bij de burgerbegroting gaat het erom dat budgetten die al in de wijk geïnvesteerd zouden worden vrij komen voor de inwoners van die wijk, zodat zij het kunnen herverdelen. Zij bepalen naar welke zaken het geld gaat. En hoe de uitvoering vorm kan krijgen. Daarvoor heb je wel een ideen en een plan nodig. Als inwoners moet je weten wat je wilt en daarna moet je met elkaar in gesprek over welke budgetten waar heen gaan. Hier komt deliberatie dus sterk om de hoek kijken. De laatste 4 jaar heb ik steeds vaker gemeenten gezien die deze vrijheid geven en daadwerkelijk budget vrijmaken. Daarmee maak je de inwoners weer echt eigenaar van hun eigen buurt.

Waarom zouden gemeenten met de burgerbegroting aan de slag moeten?
Er zijn allerlei verschillende motieven. Gemeenten zoals Cuijk en Oss gaan vooral voor het verkleinen van de kloof tussen burger en overheid. Een gemeente zoals Breda noemt als voornaamste reden transparantie en zeggenschap om de burgerbegroting in te zetten. Het inzichtelijk maken van de financiën en hoe je ermee om kunt gaan. Emmen kiest voor meer bewonersinvloed op wijkniveau. Oldebroek stelt dat de gemeenschappen autonoom zijn en dat je ze ook financieel in staat moet stellen om die autonomie in te vullen.

Waarbij moet men rekening houden bij een burgerbegroting?
Ten eerste moet je vanaf het eerste moment iedereen meenemen in de burgerbegroting. De raadsleden, wethouders, ambtenaren en inwoners. Ten tweede moet je inzicht hebben in de geldstromen. Weet hoeveel geld er in een dorp of wijk omgaat. Dat is wat je wilt vrijgeven voor de burgerbegroting. Vaak heeft een gemeente daar geen goed beeld van, omdat de gemeentelijke begroting zich richt op een andere schaal. De ervaring leert dat het lastig is om dit te achterhalen.

Wat is volgens jou de grootste uitdaging na de verkiezingen van 21 maart?
Ik merk dat de burgerbegroting niet iets is dat alleen vanuit gemeenten komt. De laatste tijd zijn het ook steeds vaker inwonersorganisaties die hiermee aan de slag willen en bij de gemeente aankloppen. Nu het begrip ‘burgerbegroting’ bekender wordt in Nederland zie je dat vanuit de inwonerskant het animo stijgt om ermee aan de slag te gaan. We gaan steeds meer naar zeggenschap van inwoners toe. De uitdaging is om het over meer dan zandbakken en bloembakken te laten gaan, maar dat men echt zeggenschap krijgt over grotere onderwerpen duurzaamheid of zorg voor elkaar. Met een burgerbegroting gebeurt dat.

Wat is je advies aan de aankomende gemeenteraden?
Ik denk dat de gemeenschapsdemocratie veel belangrijker wordt in de gemeentelijke democratie. Het gemeentehuis staat bij veel dorpen niet meer op het dorpsplein. Inwoners organiseren zich per dorp of per wijk en lossen daar problematiek op. Ze richten zich steeds minder op gemeentelijk niveau. Dus mijn oproep zou zijn investeer in die gemeenschapsdemocratie en verhoudt je ertoe. Hier kan een burgerbegroting aan bijdragen, maar ook bijvoorbeeld het ‘Right to Challenge’ etc.