Inspiratiebijeenkomst Right to Challenge vraagt naar meer

Afzender VNGDatum 20-05-2019

Right to Challenge focust zich op bewonersinitiatieven. Op 7 mei 2019 vond er een inspiratiebijeenkomst plaats. Die dag kwamen een hoop mensen bij elkaar. Om een indruk te krijgen van de gesprekken in de ochtendsessie is een verslag gemaakt.

In de ochtend werd onder leiding van Ruben Maes in wisselende samenstelling gediscussieerd over drie dilemma’s die vaak worden geassocieerd met het overnemen van gemeentelijke taken door bewonersinitiatieven.

Dilemma 1: Legitimatie bewonersinitiatieven

De heren Thijs van Mierlo, René Cuperus en Boudewijn Steur mochten zich buigen over de vraag of bewonersinitiatieven wel voldoende gelegitimeerd zijn om gemeentelijke taken over te nemen.

In de praktijk blijken het vaak hoogopgeleide, dubbel-genetwerkte, inwoners te zijn die het voortouw nemen bij een challenge. Besproken werd dat een wetenschapper als Evelien Tonkes  daarom kritisch is over de representativiteit van bewonersinitiatieven. Zij schetst een beeld waarin de participatie-elite nog sterker in het zadel komt en de kloof tussen hen en de lager opgeleide, minder bureaucratisch vaardige inwoners, nog groter wordt.

“We moeten niet net doen alsof het uitdagen van de lokale overheid door burgerinitiatieven iets nieuws is! Wel moet de overheid afkicken van de vele regels en het denken in risico’s” (René Cuperus)

Volgens René Cuperus is dit een risicovolle strategie in een tijd waarin populisten de verschillen tussen mensen sterk aanzetten.

Thijs van Mierlo (directeur Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners, LSA) onderschrijft het beeld dat in veel gevallen een challenge wordt gedaan door een groep(je) mensen met veel sociaal kapitaal. Maar achter die voorlopers staat een grote groep doeners, die vooral aan de slag wil met een mooi, concreet idee.

Ines Balkema, procesmanager Right to Challenge in Rotterdam noemt Right to Challenge dan ook wel een instrument voor gevorderden, dat wel de potentie heeft om je gemeente – samen met al die mensen die je normaal niet ziet of hoort in inspraakrondes en georganiseerde gesprekken – een stuk mooier te maken. 

Daarop volgde de vraag wat zwaarder zou moeten wegen: een meerderheid in de gemeenteraad (als volksvertegenwoordigers met mandaat van de kiezer) of het draagvlak in een wijk of buurt voor een bewonersinitiatief.

“Het is een valse tegenstelling om de representatieve en participatieve democratie tegenover elkaar te zetten. Ze liggen in elkaars verlengde” ( Boudewijn Steur)

Boudewijn Steur (programmamanager Democratie in Actie bij BZK) vond dat een valse tegenstelling. Volgens hem liggen de representatieve en de participatieve democratie in elkaars verlengde.

“Voorkom dat je met allerlei issues Right to Challenge teveel problematiseert. Pak als gemeenteraad de rol om duidelijke kaders voor initiatiefnemers te ontwerpen en ga er mee aan de slag” (Thijs van Mierlo)

Thijs van Mierlo beaamde dat de rol van de gemeenteraad belangrijk is. De raad kan een duidelijk kader schetsen wat er wel en niet mogelijk is in de gemeente. En aangeven op welke manier bewoners hun plan verder kunnen brengen.

René Cuperus meldt aan het einde van het blok dat we niet moeten doen alsof Right to Challenge een compleet nieuw fenomeen is. En dat overheden in Nederland vooral moeten proberen om af te kicken van de vele regels en het denken in risico’s.

“We vergeten het soms, maar niet de gemeenteraad staat centraal in de gemeente, maar de inwoners. Dat betekent dat je als gemeente veel beter moet luisteren naar de gemeenschap en hen waar mogelijk ook ruimte moet geven om zich weer eigenaar te laten voelen over hun eigen leefomgeving” (Jantine Kriens)

Vanuit de zaal bracht Jantine Kriens (directeur Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG) nog een ander perspectief in. Volgens haar spreekt het Right to Challenge zo tot de verbeelding, omdat het eigenaarschap over de eigen leefomgeving in de afgelopen decennia van burgers is “afgepakt”. Door de complexe manier waarop we de zaken hebben geregeld vinden mensen dat ze geen grip meer hebben op het onderwijs, hun huisvesting en hun welzijn. Dit zijn dingen die voor de opbouw van de verzorgingsstaat gewoon door (groepen) mensen zelf gedaan werden. Door het op afstand zetten van de uitvoering van taken die voor mensen heel belangrijk zijn, voelen ze zich geen eigenaar meer van het probleem. Nu ook de politiek geen antwoord meer lijkt te kunnen geven op hun vragen, keren ze zich steeds vaker af van bestuur en politiek. Ze voelen zich niet meer gerepresenteerd door hun volksvertegenwoordigers. In dat opzicht lijkt het failliet van de landelijke politieke partijen steeds dichterbij te komen. Lokale partijen lijken beter in staat te zijn om samen mét de burger en minder voor de burger te opereren.

In dat opzicht kun je Right to Challenge ook zien als een belangrijke spiegel naar de overheid. Ben je voldoende in staat om inwoners zich weer eigenaar te laten voelen voor hun eigen leven en omgeving? Want er zijn maar heel weinig echte belemmeringen om het instrument te organiseren.

Dilemma 2: Right to Challenge als bezuiniging?

Joop Koetsenruijter (directeur gemeente Vijfherenlanden), Jantine Kriens (directeur VNG) en Thijs van Mierlo (directeur LSA) mochten daarna aangeven of het overdragen van gemeentelijke taken niet een (stiekeme) vorm van bezuinigen is.

Koetsenruijter gaf toe dat in het begin de overdracht van taken aan bewoners als een aantrekkelijk financieel perspectief werd gezien. Maar al snel kwam men daarop terug, omdat het (terecht) veel weerstand opleverde bij inwoners en er dus geen challenges kwamen. Crux van de beweging is om het gezamenlijk belang te zoeken rondom een gemeentelijke taak.

Ontmoetingsplek

Van Mierlo kon dit mooi onderbouwen met voorbeelden uit de praktijk. Ook hij zag een paar jaar geleden de trend om te bezuinigen op het groenonderhoud. Veel bewoners begonnen te klagen over de saaie plantsoenen en parkjes. Maar de lol van het overnemen van de taak zit niet in het beheren van een stukje groen. In een challenge wordt bijna altijd de doelstelling verbreed.  Het groen gaat dienen als middel om elkaar in de wijk of buurt vaker te ontmoeten. Om het welbevinden van mensen te vergroten. Om eenzaamheid te verminderen. Om de sociale cohesie te versterken en spanningen te verminderen.

De vraag kwam wel op tafel of het ambtelijk apparaat dan in staat is om deze brede doelstelling te vertalen naar het overdragen van de benodigde financiële middelen om het plan ook uit te kunnen voeren.

Kriens gaf als tip om in die zoektocht de afdeling financiën en control niet een dominante positie te geven. Dan loop je het risico dat ieder plan wordt afgeschoten, omdat het toch niet goedkoper lijkt te zijn. Daarnaast schetste ze het beeld dat je met wat creativiteit lastige hobbels vaak kunt vermijden. Zoals het inzetten van een pgb (persoonsgebonden budget) bij het creëren van woonvoorzieningen voor ouderen om de ingewikkelde eisen van zorginstellingen te vermijden.   

Wel blijkt er veel onduidelijkheid over de rol van (incidentele) subsidies bij Right to Challenge. De VNG gaat aan de slag met de aanbeveling van de Universiteit van Leiden om meer helderheid te scheppen via een modelverordening.

Dilemma 3: Right to Challenge zou de markt verstoren? Gemeenten verlenen staatssteun?

Het laatste dilemma van de ochtend was de vraag of Right to Challenge wel te combineren is met de eisen van een level playing field. Verstoren gemeenten de markt en verlenen ze staatssteun als ze taken aan inwoners overdragen?

“Bewoners kunnen moeilijk concurreren met professionele organisaties in aanbestedingen. Het loont dus om hen ruim van te voren daarbij te ondersteunen” (Willemien den Ouden)

Willemien den Ouden (Universiteit Leiden) schetste nogmaals het beeld dat het aanbestedingsrecht veel hoofdbrekers oplevert voor zowel inwoners als gemeenten. Daar waar Boudewijn Steur vooral opriep om hoogleraar Arwin van Buuren te volgen in zijn pleidooi voor uitnodigend bestuur, gaf zij aan dat ruimte voor initiatieven goed is, maar dat er wel zekere risico’s aan verbonden zijn.

Harry Hoogenboom (jurist bij de gemeente Rotterdam) onderstreepte dat ook hier geldt dat iedere casus, iedere challenge andere hobbels, maar ook andere ruimte met zich meebrengt. In het algemeen is er vaak – met wat creativiteit – een goede oplossing te vinden om initiatieven niet in de problemen te brengen bij aanbestedingen. Probeer daarbij wel te denken vanuit kansen en mogelijkheden en niet vanuit risico’s.

‘’Te vaak wordt naar ambtenaren gekeken als risicomijdende hindermacht. Maar ambtenaren werken gewoon de vraag van het college uit om de risico’s van een aanpak in beeld te brengen’’ (Joop Koetsenruijter)

Joop Koetsenruijter haakte aan op het vermeende risicomijdend gedrag van ambtenaren. In zijn ogen worden ambtenaren te vaak gezien als de hindermacht die leuke initiatieven om zeep helpen omdat ze het allemaal te risicovol vinden. Vaak wordt namelijk door de politiek en het bestuur gevraagd om de risico’s expliciet in beeld te brengen.

Right to Challenge als middel om te experimenteren

In dat opzicht zou je Right to Challenge ook kunnen zien als een middel om te experimenteren met een andere focus. Een focus op lef in plaats van risicobeheersing. Daarbij hoort dan ook dat je wil leren van je fouten in plaats van bestuurders en ambtenaren direct af te rekenen op tegenvallende resultaten.

Of, zoals Boudewijn Steur het verwoordde: "Misschien moeten we niet zozeer focussen op het overdragen van taken (Right to Challenge), maar ons verdiepen in de mogelijkheden van het ondersteunen van initiatieven uit de samenleving (Right to Coöperatie)".