Hoe bereik je inclusieve digitale participatie?

Datum 16-07-2020

Inwoners worden steeds vaker digitaal betrokken bij lokale besluitvormingsprocessen. Gemeenten hechten hier – terecht grote waarde aan. De komende jaren zal het aantal digitale participatietrajecten flink toenemen. Digitale participatietools bieden gemeenten (maar zeker ook provincies en waterschappen) extra mogelijkheden om inwoners te informeren, raadplegen en/of te laten meedenken. In dit artikel wordt ingegaan op de tips, voorbeelden, onderzoeken, keuzewijzers en wettelijke verplichtingen om (digitale) participatie meer inclusief te maken.

Het voordeel van digitale participatie is dat je een grotere en meer diverse groep mensen kunt betrekken. Mensen die je wel langs digitale kanalen bereikt, maar die minder snel naar een inspraakavond komen. Verschillende vormen van participatie kunnen elkaar goed versterken. Een digitaal participatietraject heeft vaak een langere looptijd doordat deelname niet gebonden is aan plaats en tijd. Door digitalisering kan er echter ook een groep mensen achterblijven, bijvoorbeeld mensen met een (visuele) beperking, digibeten of laaggeletterden. Voor hen wordt de overheid juist minder toegankelijk.

De inzet van digitale participatie roept verschillende vragen op als het gaat om inclusie. Digitale inclusie houdt in dat ‘iedereen kan meedoen in de (digitale) samenleving en invloed kan uitoefenen op besluitvormingsprocessen’. Maar hoe betrek je inwoners die minder digitaal vaardig of laaggeletterd zijn of de Nederlandse taal niet goed beheersen? Hoe bereik je een zo divers mogelijke doelgroep?

Communicatie
Bij ieder digitaal participatietraject is het belangrijk om goed na te denken over welke groepen bereikt moeten worden en hoe dit het beste aangepakt kan worden. Hoe is de samenstelling van de wijk en hoe kunnen we de inwoners het beste benaderen? Willen we bijvoorbeeld dat meer jongeren participeren? Dan kan het goed werken om hen via Instagram te benaderen in plaats van een brief te sturen.

Bij digitale participatie is het aan te raden om online en offline uitingen te combineren om aandacht te vragen voor het digitale participatiemiddel of proces. Je kunt denken aan een brief van de gemeente of een artikel in het huis-aan-huisblad. Door het online proces ook offline te ondersteunen, bereik je meer inwoners en krijg je een grotere betrokkenheid. Omdat niet iedereen dezelfde behoefte heeft over hoe en wanneer hij of zij wordt betrokken, is het ook verstandig om een mix aan participatie-instrumenten in te zetten: een participatiemix.

Gemeente Alphen aan den Rijn heeft de communicatie rond het digitale participatietraject ‘Alphen Centrum Begroot’ op een succesvolle, inclusieve manier ingericht. Binnen dit traject zijn online en offline communicatie-uitingen gecombineerd. Het persoonlijk contact met inwoners wordt binnen het hele project als de sleutel tot het succes gezien. Lees meer over Alphen Centrum Begroot.

Inwoners bereiken die digitaal minder vaardig zijn
Niet iedereen heeft onbeperkt toegang tot het internet of is digitaal vaardig. Het is daarom noodzakelijk om mensen niet alleen digitaal, maar ook offline bij het proces te betrekken en dus ook fysieke mogelijkheden te bieden om mee te doen. Deze input kan dan op een later moment online worden gebracht. Bijvoorbeeld door te zorgen dat inwoners hun input kunnen doorbellen of hun input kunnen geven door een formulier in te vullen. Belangrijk is daarbij wel dat er een goede manier gevonden wordt om terugkoppeling te geven over het traject. De gemeente kan ook ondersteuning bieden bij digitale participatie door op publieke plekken uitleg en begeleiding te geven. Zo zijn er in Leiden en Amsterdam stadsloketten waar studenten inwoners helpen. Uiteraard met inachtneming van de RIVM-richtlijnen. Nadere instructie of introductie van de digitale participatietools is een manier om meer mensen te laten deelnemen.

Gemeente Groningen heeft in de wijk Selwerd ‘Selwerds WoonWagen’ ingezet als alternatief om bewoners toch de mogelijkheid te bieden persoonlijk contact te hebben over de plannen voor hun wijk en omgeving. Dit is gedaan als toevoeging op technische middelen, omdat de gemeente het belangrijk vindt om persoonlijk contact met inwoners te behouden. Lees meer over Selwerds WoonWagen.

Inwoners bereiken die laaggeletterd zijn of de Nederlandse taal niet goed beheersen
Bij het inrichten van een digitaal participatieproces moet ook rekening worden gehouden met inwoners die laaggeletterd zijn of de Nederlandse taal niet (goed) beheersen. Op 14 juli 2020 lanceerde Movisie de Keuzewijzer E-tools 2.0. De keuzewijzer bevat een overzicht van goede tools die gemeenten kunnen inzetten om burgers online te betrekken bij beleid en besluitvorming. Per tool is aangegeven of deze geschikt is voor mensen met een visuele of auditieve beperking, voor mensen die laaggeletterd zijn en/of voor mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen. Sommige tools ondersteunen het gebruik van meerdere talen.

In 2019 en 2020 heeft de Dienst Publiek en Communicatie diverse (locatie)onderzoeken en pilots uitgevoerd over online inclusie. Een deel daarvan was gericht op laaggeletterden en een deel op mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen. Een paar belangrijke lessen zijn:

  • Het is belangrijk om meerdere contentvormen aan te bieden (tekst, beeld, video, spraak), zodat mensen de informatie op meerdere manieren tot zich kunnen nemen;
  • een eenvoudige tekst (op taalniveau A2) is fijn is voor laaggeletterden en mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen, maar ook mensen die wel taalvaardig zijn geven de voorkeur aan een eenvoudige tekst;
  • veel mensen hebben behoefte aan bevestiging of zij informatie goed hebben begrepen of hun overheidszaken goed hebben geregeld. Zij hebben daarom behoefte aan (bij voorkeur) een fysiek of telefonisch loket waar zij terecht kunnen met vragen;
  • laaggeletterden en mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen zijn goed te bereiken via sociale media (Facebook) en informele helpers bij bijvoorbeeld de Stichting Lezen en Schrijven.

Wetgeving digitale toegankelijkheid overheden
Sinds 1 juli 2018 is de Europese richtlijn voor toegankelijkheid van overheidswebsites in Nederland ingevoerd in een wettelijke verplichting: het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid. In het besluit staat dat websites en mobiele apps van Nederlandse overheidsinstanties moeten voldoen aan bepaalde toegankelijkheidseisen. Hierover moet verantwoording worden afgelegd in een toegankelijkheidsverklaring. Hiervoor gelden de volgende ingangsdata:

  • 23 september 2019 voor websites gepubliceerd na 23 september 2018
  • 23 september 2020 voor alle websites
  • 23 juni 2021 voor mobiele applicaties

DigiToegankelijk helpt overheden bij het toegankelijker maken van websites en applicaties. Zo is er bijvoorbeeld een invulassistent die gebruikt kan worden bij het schrijven van een toegankelijkheidsverklaring.

Meer lezen?