De beste ondersteuning voor de raad

Datum 28-11-2018

Raadsleden ervaren een hoge werkdruk. Bovendien is hun werk ingewikkelder geworden nu steeds meer taken lokaal belegd zijn. Minister Ollongren wil hen beter toerusten en ondersteunen, en stelt daar budget voor beschikbaar. Hoe zou een eventueel toerustingsfonds eruit moeten zien? Daarover ging projectleider Claartje Brons in gesprek tijdens het debat Steun voor de Raad op de Dag van de Lokale Democratie.

“Vandaag debatteren we met elkaar om de voor- en nadelen van een toerustingsfonds te verkennen. Waar zijn we het over eens, en welke zaken moeten we nog uitwerken?” zo opent Claartje het debat. Aan de hand van 3 stellingen komen griffiers, burgemeesters, raadsleden, politici en verschillende beroeps- en belangenverenigingen aan het woord.

Stelling 1: Er zijn 380 lokale democratieën en lokale autonomie is een groot goed. Een toerustingsfonds moet lokaal geregeld, georganiseerd en gefinancierd worden.

Mark den Boer, op zijn laatste dag als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVVR)
“Lokale autonomie is geen doel, goed toerusten van raadsleden is dat wel. Het is echter geen automatisme voor raadsleden om zich bij te scholen. Dat kost tijd en geld. Het is goed dat toerusting landelijk op de agenda is gezet; de Minister en Tweede Kamer vinden het belangrijk. We moeten er echter voor waken dat dit fonds er niet komt omdat zij dat willen, maar omdat raadsleden zich willen ontwikkelen. Daarom vind ik dat het lokaal geregeld moet worden.”

Robbert Lievense, voorzitter van de VNG-commissie raadsleden en griffiers
“Ik vind niet dat een ministerie de besteding moet bepalen, laat vooral lokaal aan de raden over waar zij geld aan willen besteden. Doe dat echter niet per fractie, maar met de raad als geheel. Weet je als raad al wat voor soort raad je wilt zijn en welke ondersteuning je daarbij wilt? Je moet niet vergeten dat de raad een lekenbestuur is. Iemand die bakker is en in de raad komt, weet niet hoe het werkt. Die heeft andere ondersteuning nodig dan iemand die al 30 jaar bij de gemeente zit.”

Stelling 2: Haal de politiek niet uit de raad. Het is aan politieke partijen en fracties om extra ondersteunings- en opleidingsbudget te beheren en verdelen.

Renée Wiggers, voorzitter van de vereniging van griffiers en griffier provinciale Staten Overijssel
“Raadsleden moeten zich ervan bewust zijn dat ze opleiding en ondersteuning nodig hebben. Als een toerustingsfonds daartoe leidt, is dat mooi. Ik denk dat het niet zozeer in het geld zit; het begint bij bewustwording. Elk statenlid heeft recht op 650 euro per jaar voor persoonlijke ontwikkeling. Slechts een paar leden besteden dat. Griffiers leveren maatwerk in ondersteuning van de raad en voelen aan wat deze raad nodig heeft. Daarom pleit ik ervoor om het beheer van het budget bij de griffie te leggen.”

Erik van Dijk, hoofd Opleiding & Advies bij de ChristenUnie
“Politiek zonder politieke partijen bestaat niet. Politieke partijen hebben een lange traditie in het opleiden en toerusten van hun leden. We verbeteren dat steeds verder en laten die kennis en kunde ook ten goede komen aan lokale politici. Ik zou de stelling willen aanscherpen: geef het budget aan de individuele raadsleden; een zetelgebonden budget voor opleiding en ontwikkeling. Zodat elk raadslid zelf kan bepalen waar hij het aan besteedt.”

Stelling 3: Een toerustingsfonds is overbodig. Maak beter gebruik van bestaande mogelijkheden en instrumenten, zoals ambtelijke bijstand en fractieondersteuning.

Jos Hessels, burgemeester van de gemeente Echt-Susteren en auteur van het proefschrift ‘Raad zonder raadgevers’
“Deze stelling is me uit het hart gegrepen. We moeten het wiel niet opnieuw uitvinden, maak eerst duidelijk wat er al wél is. Ambtelijke bijstand, politieke ondersteuning, ondersteuning door de griffie, opleidingsbudget, al deze mogelijkheden staan in de wet. De gemeente moet zorgen voor feitelijke ondersteuning uit het ambtelijk apparaat. Daarnaast hebben fracties behoefte aan ondersteuning bij de politieke meningsvorming. Dat geldt zeker voor lokale partijen en nog meer voor de oppositie. Zorg dat die ondersteuning er komt en investeer in lokale democratie. Budget is daarvoor binnen gemeenten heus wel te vinden.”

Michael Mekel, adviseur bij de Raad voor het Openbaar Bestuur
“Artsen, notarissen en accountants moeten zich al jaren bijscholen en verplicht punten halen. Raadsleden zouden dat ook moeten doen, de beroepsgroep ontwikkelt daarvoor een standaard. Lukt dat niet, dan kan de Minister dat regelen en in de wet opnemen aan welke eisen volksvertegenwoordigers moeten voldoen. Vervolgens moet er een opleidingsaanbod worden ontwikkeld, waar je alleen van af mag wijken als je kunt aantonen dat je over de vereiste kennis beschikt.”

Voorlopige conclusie

René Bagchus, directeur Democratie en Bestuur van het Ministerie van BZK, reflecteert tot slot op het debat en vat de belangrijkste conclusies samen: “Extra ondersteuning van de raad is onmiskenbaar nodig. Meerdere keren is in het debat benadrukt dat het niet alleen om extra budget gaat, maar om het beter benutten van het budget en de mogelijkheden die er al bestaan. Ook is er duidelijk behoefte aan ondersteuning op maat, want iedere gemeente en elk gemeenteraadslid is anders. We moeten dus zeker aan de slag. Met de bewustwording en verduidelijking van de mogelijkheden, begeleiding van de gemeenteraad en bijvoorbeeld een zetelgebonden budget. Daartoe nodigen we gemeenten uit en ondersteunen we waar mogelijk.”

Democratie in Actie gaat samen met gemeenten aan de slag met de extra toerusting en ondersteuning van de raad. Binnenkort start de pilot Aan de slag met persoonlijk opleidings- en ondersteuningsbudget. Meedoen? Aanmelden kan hier.