Column Gijsbert van Es: 'De kiezer wil de gekozene kennen'

Auteur Gijsbert van EsDatum 17-04-2019

Het venijn zit in de staart. Het Lokaal Kiezersonderzoek 2018 is in alle opzichten een gedegen wetenschappelijke studie. Veel data, veel analyses, veel conclusies. Maar geen aanbevelingen.

Een hartenkreet volgt er wel, letterlijk in de allerlaatste zin van de allerlaatste alinea (pagina 58). ‘Onvertaald’ weergegeven staat er: „Onze analyses laten (..) zien dat bestuurslagen (..) enigszins verantwoordelijk worden gehouden voor hun functioneren, maar dat het Nederlandse politieke stelsel (..) verre van optimaal functioneert.”

Het vergt iets meer woorden om de vorige zin te doorgronden. Het gros van het electoraat, zo leert het onderzoek, snapt maar matig waar politiek in het algemeen en lokale politiek in het bijzonder (wel en niet) over gaat. 

Ruim 45 procent heeft in maart 2018 überhaupt niet de moeite genomen om de gang naar de stembus te maken. Die andere (iets meer dan de) helft gedraagt zich evenmin als politieke dieren. Met namen en daden van gemeenteraadsleden zijn zij slecht bekend. Hoe de taken en rollen zijn verdeeld tussen gemeenten, provincies, Den Haag en Brussel? – het is slechts een kleine groep kiezers die dit enigszins helder voor de geest staat.

Er is meer statistiek verzameld om bevestigd te zien dat ons politieke bestel slijtplekken vertoont. Wat is de diagnose, wat is de therapie?

Het Lokaal Kiezersonderzoek biedt een aanknopingspunt. Waar stemmers bij landelijke verkiezingen tot op het allerlaatste moment aarzelen tussen verschillende partijen, weten zij bij raadsverkiezingen eerder en beter aan wie zij hun stem toevertrouwen. Relatief vaak (in 55 procent van de gevallen) hebben kiezers welbewust op een persoon gestemd en niet zo zeer op een partij.

Enerzijds is dit logisch: mensen uit je eigen dorp of stad ken je nu eenmaal eerder dan kandidaten op provinciale en landelijke lijsten. Anderzijds ligt hier wellicht een kans om ons kwakkelende bestel iets vitaler te maken.

Zou het een idee zijn om personen in de politiek méér gewicht te geven en hun partijen (iets) minder? Onbekend maakt immers onbemind, en liever meer volksvertegenwoordigers die echt om de kiezersgunst gestreden hebben, dan anonymi die in het kielzog van lijsttrekkers hun zetel toegeschoven hebben gekregen.

Het vergt een aanpassing van ons kiesstelsel. Ingrijpend? Valt mee. En een ondoordachte nieuwigheid zal het in ieder geval niet zijn. Een heuse staatscommissie, geleid door oud-CdK Johan Remkes, kwam eind vorig jaar met deze aanbeveling: laat kiezers de keuze of zij stemmen op de kieslijst van een partij als geheel, danwel op één persoon op zo’n lijst.  Verdeel de zetels per partij vervolgens onder de kandidaten die de meeste stemmen hebben gekregen.

De commissie-Remkes adviseerde dit weliswaar als aanpassing voor Tweede Kamerverkiezingen. Dat het ook voorziet in een behoefte in gemeenten is overtuigend aangetoond in het Lokaal Kiezersonderzoek 2018.

Gijsbert van Es heeft tussen 1986 en 2015 gewerkt als NRC-journalist. Sinds 2015 werkt hij voor de gemeente Leiden, als beleidsmedewerker voor de cultuur- en kennissector.