Bekendheid geeft de doorslag voor lokale kiezers

Datum 08-03-2019

Ongeveer 55% van de kiezers stemde bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 vooral op een voor hen bekende persoon. Dat was belangrijker dan partijkleur. Samen met het grote aandeel stemmen voor lokale partijen laat dit zien dat lokale democratie een heel eigen karakter heeft. Dit blijkt uit Democratie dichterbij, de tweede editie van het Lokaal Kiezersonderzoek, dat de betrokkenheid van Nederlanders bij hun lokaal bestuur onder de loep neemt. Het rapport verscheen op 5 februari 2019, onder redactie van dr. Giedo Jansen en prof.dr. Bas Denters van de Universiteit Twente namens de Stichting Kiezersonderzoek Nederland.

Het rapport toont een aantal belangrijke bevindingen. Naast de motieven voor stemkeuze komt aan de orde hoe inwoners zelf deelnemen aan de lokale democratie, wat zij weten van het gemeentebestuur en hoe tevreden ze zijn met de democratie in hun gemeente. Zo tonen analyses aan dat inwoners maar matig tevreden zijn over de vertegenwoordigende rol van raadsleden. Ook blijkt uit het onderzoek dat ongeveer 60% van de Nederlanders zich verbonden voelt met de wijk of gemeente en dat 8% betrokken is bij een burgerinitiatief om de leefomgeving te verbeteren.

Dr. Giedo Jansen, een van de hoofdauteurs van het onderzoeksrapport, licht de meest opvallende uitkomsten toe.

 

Interview met dr. Giedo Jansen, vakgroep Bestuurskunde van de Universiteit Twente.

Waarom een lokaal kiezersonderzoek?

“Bij de wetenschap doen we dingen die we wetenschappelijk gezien relevant vinden. Het liefst dan ook met enige maatschappelijke relevantie. Er zijn heel veel overheidstaken gedecentraliseerd, het sociale domein voorop. In die zin heeft het lokale niveau gewicht gewonnen; is het de laatste jaren relevanter geworden. Daarmee wordt het een belangrijk onderzoeksobject.”

Wat zijn de meest opmerkelijke uitkomsten?

“Bij de landelijke verkiezingen wordt het aantal partijen dat mensen in overweging neemt steeds groter. Het aantal mensen dat maar één partij afweegt, zoals we uit de oude verzuiling kennen, verdwijnt langzaam. Toch zien we hetzelfde patroon niet zo sterk terug op lokaal niveau. Gemiddeld genomen beraden mensen zich op lokaal niveau op veel minder partijen dan bij landelijke verkiezingen.”

Zijn er significante verschillen tussen het eerste en het tweede rapport?

“Waar het verschil met name in zit, is dat we een aantal thematische accenten anders hebben neergelegd. Omdat het onderzoeksjaar (2018) een verkiezingsjaar was, hebben we meer aandacht besteed aan kiezerspatronen. Dat leverde niet per se andere resultaten op, maar wel meer informatie over hoe kiezers zich gedragen. Ook is er nu een heel hoofdstuk gewijd aan de decentralisatie in het sociale domein.”

Zijn er opmerkelijke verschillen te noemen in het kiesgedrag tussen het lokaal en het nationale niveau?

“Kiezers van lokale partijen zijn over het algemeen wat ouder, minder vaak hoogopgeleid en hebben ook minder interesse en vertrouwen in de landelijke politiek. Ze ervaren ook meer gevoelens van wat we noemen ‘regionale achterstelling’. Het gevoel dat hun leefomgeving wat achtergesteld wordt, vergeleken bij Den Haag bijvoorbeeld."

Zijn er opmerkelijke verschillen te noemen in de mate van participatie tussen verschillende bevolkingsgroepen?

“Vooral jongeren zijn minder betrokken op lokaal niveau. Ze voelen zich minder verbonden, zijn minder geïnteresseerd in lokale politiek en stemmen ook minder. Hierin zien wij een vrij consistent patroon.”

Wat was voor jullie een verrassende uitkomst?

“Enerzijds is het de bekendheid met de gemeenteraad. De raad is relatief onbekend en maar matig bemind. Als we vragen hoe tevreden mensen zijn over hun gemeenteraad, dan scoort die een knappe voldoende, maar het houdt niet over. Maar om dat in perspectief te plaatsen, mensen zijn meer tevreden over de raadsleden in hun gemeente dan dat ze over de Tweede Kamer zijn en zeker het Europese Parlement.”

Wat zouden jullie in een volgend rapport nog willen onderzoeken?

“Twee dingen. De decentralisatie in het sociale domein is er één. Daarvan zien we nu dat de gevolgen hiervan ook in de hoofden van mensen langzamerhand aan het indalen zijn. In die zin zijn we met dit rapport nog relatief vroeg met het meten van de effecten daarvan.”

“Het tweede punt is de Omgevingswet. Een belangrijk beleidsterrein wat deze raadsperiode naar de gemeenteraad toekomt. Het is een onderwerp waar we in dit rapport helemaal geen aandacht aan hebben besteed en dat wij de volgende keer scherper moeten monitoren.”

Dit interview is het eerste deel van een reeks van vier artikelen die de komende weken gepubliceerd worden op de website. Middels deze artikelen gaan wij dieper in op het onderzoek.

Lees hier het volledige onderzoeksrapport van het Lokaal Kiezersonderzoek 2018.