‘Aandacht voor recht en praktijk in de gemeente'

Datum 17-03-2020

Geerten Boogaard aanvaardt Thorbeckeleerstoel Decentrale overheden.

In het gemeentebestuur kan het recht, de juridische kaders en richtlijnen, niet los worden bezien van de bestuurlijke praktijk. Te vaak zijn dit gescheiden werelden, in de gemeentelijke werkelijkheid én in het wetenschappelijk onderzoek. Geerten Boogaard, de nieuwe Thorbeckehoogleraar Decentrale overheden aan de Leidse universiteit, stelt zich ten doel om die werelden dichter bij elkaar te brengen. In de oratie die hij op 6 maart jl. uitsprak, Decentraliseren kan je leren. Constitutional design en binnenlands bestuur, presenteerde hij een onderzoeksagenda om daaraan bij te dragen.

Boogaard constateert dat er tot op heden twee manieren zijn waarop nu met de spanning tussen gemeenterecht en gemeentelijke praktijk wordt omgegaan. De juristen bekritiseren de feitelijke gang van zaken omdat die niet volgens de regels is. Bestuurders en bestuurskundigen vinden in veel gevallen dat het gemeenterecht achterhaald is en de praktijk niet helpt. Daarbij hoort ook het pleidooi voor het schrappen van regels.

Volgens Boogaard is deze tegenstelling kunstmatig en niet behulpzaam voor gemeenten. Zijn inzet is dan ook praktijkgericht juridisch onderzoek dat samenwerkt met andere disciplines. Daarmee plaatst hij zich in de traditie van het constitutional design, dat volgens Boogaard ten onrechte een slechte naam heeft gekregen. Het gaat hem dan niet om een blauwdruk, maar om het zoeken naar ontwerpprincipes die bestuurlijke vernieuwing en de juridische kaders beter op elkaar kunnen laten aansluiten. Hij formuleert drie ontwerpprincipes:

  • Goede organieke wetgeving is heldere spelregelwetgeving. Die spelregels stellen de decentrale spelers in staat het spel in vrijheid te spelen, zonder dat ze zo vaag zijn dat alles kan. Variatie en maatwerk zijn mogelijk, zonder door de bodem van willekeur en ongelijkheid te zakken.
  • Goede motieven zijn mooi, slechte motieven zijn betrouwbaar. Bevoegdheden moeten aansluiten bij de motieven van de personen die ze uitoefenen, om machtsmisbruik te voorkomen en machtsevenwicht tussen verschillende spelers te realiseren.
  • Vanzelf gaat niets goed. Daarom moet de wet zwakke waarden als decentralisatie en democratie beschermen.

Op basis van die ontwerpprincipes zal Boogaard de komende jaren aanbevelingen doen voor juridische aanpassing van het bestuur. Een aantal jonge onderzoekers is samen met Boogaard aan de slag. Zij doen onder andere onderzoek naar spelregels voor democratische experimenten, right to challenge, de decentralisaties in het sociaal domein, de rol van de rechter bij decentralisatie en recentralisatie van taken en bevoegdheden, bescherming van grondrechten op lokaal niveau en bestuursstijlen in gemeenten.

Bekijk de gehele oratie hier.